100 jaar Gort Juwelier

Op 2 januari 2017 is het 100 jaar geleden dat Marinus Gort in Alblasserdam een zaak begon in horloges en gouden en zilveren sieraden.

Marinus Gort, geboren op 2 mei 1889 te Sliedrecht, was een zoon van Albert Gort en Cornelia Roskam en een kleinzoon van Roelof Albertszn Gort en Maria Veth. Hij had vier broers en een zuster.

Marinus kreeg zijn horlogemakers opleiding in Arnhem bij zijn oom Roelof (het vak zit in de familie) en werkte vervolgens in Arnhem, Rotterdam, Dordrecht en Amersfoort.

In 1914 moest hij in militaire dienst. In dat jaar brak ook de eerste wereldoorlog uit. Nederland bleef neutraal maar had wel de nodige voorzorgingsmaatregelen genomen. Rond Amsterdam was een 132 kilometer lange verdedigingslinie aangebracht. Een aaneengesloten geheel met 42 forten, dat onder water gezet kon worden. Deze forten waren gebouwd tussen 1880 en 1914. In die stelling waren ook diverse kleinere objecten, als kruithuizen, loodsen, fortwachterswoningen, cantines, enz. Milicien korporaal Marinus Gort was ingedeeld in Amsterdam en moest op wacht lopen bij het kruithuis in Amsterdam Noord. Deze militairen lagen niet in een kazerne maar werden ondergebracht bij particulieren. Zo was Marinus eerst bij fam. Dirk Lof ingekwartierd, daarna bij fam. Swart en later bij fam. Jan Kok naast de bakkersbrug. En daar was een ongetrouwde dochter Antje….. en die twee werden wat.

Antje Kok, geboren op 5 juli 1893 in Zunderdorp, was een dochter van Jan Kok en Anna Catherina Sophia Proper. Zij had drie broers en drie zusters. Toen zij 20 jaar was kreeg zij natte pleuris, voor die tijd een ingrijpende ziekte. Zij genas. Maar de huisarts sprak toen de ‘historische’ woorden: ‘’je moet Antje ontzien, want die wordt niet oud’’. {Antje is ruim 100 jaar geworden en overleefde al haar zusters, broers, schoonzusters en zwagers.)

Begin januari 1916 woedde er een noordwester storm dat het water in de Zuiderzee hoog opstuwde. In de nacht van 13 en 14 januari 1916 brak de Waterlandse Zeedijk en liep heel Waterland onder water, ook Zunderdorp. De inwoners werden geëvacueerd, Antje zat in Sliedrecht bij familie van Marinus. Marinus zei nooit Antje, maar Annie.

Volgens een klein notitieboekje was Marinus penningmeester van de militaire kantine in Zunderdorp. Hij hield de contributies nauwkeurig bij en ook de kisten met 100 kg. buskruit die er regelmatig binnenkwamen. Maar volgens datzelfde boekje had hij nogal wat vrije tijd, want hij repareerde klokken en horloges voor mensen uit Zunderdorp. O.a. J. Honing, klok gerepareerd f.1,50. En voor de knecht van Beers: zilver heren remontoir; veer f.0,50. In de kantine had hij kennelijk een werkbankje met gereedschap. In 1916 kwam hij uit dienst. Marinus wilde na zijn diensttijd voor zichzelf beginnen, het vak had hij volledig onder de knie. Hij had in dat jaar al eens rondgekeken, waar ga ik beginnen, liefst in de omgeving van Sliedrecht. Het werd Alblasserdam. Tijdens zijn diensttijd zal hij wel de nodige voorbereidingen hebben getroffen hebben. Het huren van een pand, maar ook de inrichting. Een toonbank en een werkbank. En de winkel voorraad.

Marinus (mijn vader) was naast vakman ook een goede ondernemer. Hij plaatste in december 1916 al een advertentie in een plaatselijke krant. In deze advertentie stond:

‘’Begin januari hoopt ondergetekende te Alblasserdam B255 een zaak te openen in Uurwerken en een handel in Goud en Zilver. Hij hoopt door een nette en vlugge bediening het vertrouwen van het geachte publiek waardig te maken. M. Gort. Reparateur van zijn vak betreffende.’’

De winkel is een verbouwd woonhuis. In de winkel is o.a. een bedstee waar zijn zuster Geertje in slaapt. Het was eenvoudig maar om te beginnen: voldoende. Voor het huwelijk van Marinus en Antje moest er wel het een en ander verbouwd worden.

Na anderhalf jaar, op 26 september 1918, treden Marinus Gort en Antje Kok in het huwelijk (tot die periode deed zijn zuster Geertje het huishouden). Er werden zes kinderen geboren: Albert, Sophie, Jan, Roel, Andries en Cornelis. Cornelis is na veertien dagen reeds gestorven, er mankeerde iets aan de darmen.

De zaak floreert en vader denkt aan uitbreiding. Maar dat is in de bestaande locatie heel moeilijk. Dan moet er ingrijpend verbouwd worden en daar geeft de eigenaar, dhr. Kortlever, geen toestemming voor. In de jaren dertig wordt er door vader en moeder flink gedacht en gepraat en overlegd. Nieuwbouw of een bestaand pand huren of kopen. Zij zien geen uitkomst en naast veel gepraat wordt er ook veel gebeden. En dan komt er een opening. Mijnheer Rijkee, die even verderop een groot huis bezit annex een bos, wil naast zijn huis een stukje grond verkopen aan vader en moeder inclusief een geldlening. Dit zien vader en moeder als een verhoring op hun gebed!! Twee architecten worden uitgenodigd een tekening van een winkelpand met woonhuis te maken. Dhr. Stans krijgt de opdracht. Vader bemoeide zich met winkel en werkplaats. Moeder, een praktische en verstandige vrouw, nam het woon- en slaapgedeelte onder haar hoede. In 1938 wordt, op Cortgene 11 een prachtig nieuwe winkelpand geopend met woonhuis.

Onze ouders hadden een druk gezin. Moeder bestuurde met zuinige hand. Vader had naast de zaak toch ruimte voor kerk, diaconie en de schietvereniging. Hij was ook lid van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm. De schietvereniging ‘Willem Tell’ hield jaarlijks regionale wedstrijden met prijzen. Vader kwam ’s avonds meestal met een prijs thuis, o.a. een fruitschaal of een gebakstel.

Albert en Roel gingen ‘in het vak’. Albert bezocht rond 1936 de vakschool voor horlogemakers in Schoonhoven en Roel volgde deze opleiding in de oorlogsjaren ’43 en ’44 en het derde jaar na de oorlog in 1946. Na de oorlog kwam Albert bij vader in de zaak en deed naast het uurwerk maken ook graveren en brillen. De afdeling brillen maakte in die tijd een grote opgang. Albert specialiseerde zich meer en meer in optiek. Hij volgde cursussen in Rotterdam bij Optiek slijperijen, enz. Het eenvoudige brilletje dat vader verkocht in zijn eerste jaren en waar hij van de winst de huur kon betalen, heeft plaats gemaakt voor een mode artikel met glazen die aan strenge eisen moeten voldoen. Dat resulteerde in de opening van een speciaalzaak in optiek aan de Plantageweg, opgezet door Albert. Op woensdag 21 december 1955 werd deze nieuwe zaak, Gort Optiek, geopend door burgemeester L. Looy.

Roel komt, na zijn schoolopleiding en na gewerkt te hebben in Rotterdam, Winterswijk en Zaziwil (Zwitserland) in 1954 bij vader in de zaak. Vader is 66 jaar en blij met een jonge kracht voor de afd. uurwerken, goud en zilver. Roel is 26 jaar en verloofd met Janny Wilhelmina Nusselder uit Winterswijk. Mies en Roel trouwen op 18 september 1956 en gaan thuis ‘inwonen’.

Als het woonhuis kon vertellen….. ‘Inwonen’ was iets van de naoorlogse tijd. Na de oorlog in 1945 waren er veel jongeren die wilden trouwen. Maar er was een groot tekort aan woonruimte. De gemeente zorgde voor een woning als je twee kinderen had. Maar waar laat je die zonder een dak boven hun hoofd. Zuster Sophie was in de oorlog getrouwd en ging in Oudewater wonen…Albert en zijn verloofde Rie, wilden ook trouwen en gingen inwonen op Cortgene 11. Boven was van de grote slaapkamer een woonkamer gemaakt met schoorsteen. Een diepe kast werd keukentje. En een aparte slaapkamer. Zij krijgen kinderen dus: een huis. Na hen kwamen Jan en Lies boven wonen. Ook zij kregen kinderen en via L. Smit, een huis. In 1956 gingen wij, Mies en Roel, boven wonen. Andries en Fynetta hebben nog enige tijd gelijk met ons boven gewoond. Toen sliepen vader en moeder in de kelder. Dit was natuurlijk niet ideaal en Andries en Fynet hebben vrij snel een woning gekregen. Wij bleven boven wonen. Toen Marius, ons tweede kind net geboren was, zijn vader en moeder boven gaan wonen en wij beneden. Onze ouders zijn daar altijd blijven wonen. Vader is daar in 1964 gestorven. Moeder is boven blijven wonen tot zij, na een val, in Swinhoven werd opgenomen. In 1993, zij was ruim 100 jaar, is zij overleden.

De zaken gingen goed en na 1954 werd er al gauw verbouwd. De huisdeur en gang werden bij de winkel getrokken. De werkplaats werd vernieuwd. Later werd de werkplaats bij de winkel getrokken en ging de bestaande werkplaats naar beneden. Er was ook behoefte aan een kracht in de werkplaats. In 1957 verkocht Andries zijn scooter aan Piet van den Berg. Die was horlogemaker maar werkte tijdelijk bij een opticien in Hillegersberg. Hem werd gevraagd om als horlogemaker/klokkenmaker bij ons te komen werken. In dat jaar is hij bij ons gekomen. En hij is bij ons blijven werken tot wij in 1992 de zaak verkochten aan fam. Janmaat in Gorinchem.

In 1967 komt A.M. Hurkmans (Moon) bij ons in dienst als aankomend horlogemaker. Er zijn dus twee horlogemakers in de werkplaats en op den duur worden de loonlasten te zwaar voor onze zaak. Ik was al lang bezig met de gedachte aan een twee zaak. Na rondkijken en inlichtingen kwam Zwijndrecht in het vizier. Daar werd een nieuw winkelcentrum gebouwd en dat leek wel wat. Echter was een juwelier mij voor. Als die het financieel rond kon krijgen, dan viel ik af. En hij kreeg het rond. Dus zochten wij een ander centrum in Zwijndrecht. Dit werd Winkelcentrum Noord. In 1974 openden wij daar een prachtige nieuwe juwelierszaak. Moon Hurkmans werd daar bedrijfsleider, samen met zijn vrouw.

Ik wilde op mijn 65e stoppen met werken. De beide zaken moesten verkocht worden. In 1988 hadden Moon en Thea Hurkmans de eerste keus om de zaak in Zwijndrecht te kopen. Zij hadden de zaak helemaal opgebouwd en er een florerend bedrijf van gemaakt. Eind 1988 werd de koop gesloten, en werden Moon en Thea de nieuwe eigenaars. Met Marius is toen gesproken over de zaak in Alblasserdam. Als het moest zou hij hem overnemen, maar hij begon liever in een grotere plaats. Ik kon dat begrijpen omdat ik zelf dat ook liever gewild had. Maar in mijn tijd was het een vanzelfsprekendheid, je neemt de zaak van je vader over. Marius opende in 1989 in Amsterdam een eigen zaak in de Herenstraat. En op het etalageraam staan: M. Gort Dezelfde naam als 100 jaar geleden in Alblasserdam.

Toen ik 64 jaar werd begon ik te denken aan de verkoop van Alblasserdam.. Eerst kenbaar gemaakt aan de grossiers of die zaken wisten die onze zaak over wilden nemen. Zou dat niet lukken, dan een advertentie in het vakblad. Gaf dat geen resultaat dan een algehele leegverkoop. Via de vertegenwoordigers waren er twee gegadigden. Fam. Janmaat, die al een zaak heeft in Gorinchem. En een jonge man die voor zichzelf wilde beginnen. We gunnen het de jongeman, maar die heeft geen geld en kan het alleen in termijn betalingen doen. Wij hebben echter geld nodig voor een ander huis. Janmaat heeft wel geld. Wij hebben de vertegenwoordigers van Ed. Goudsmid dhr. Van der Rijdt in de arm genomen om advies. Janmaat heeft echter dezelfde man om raad gevraagd. Dat was voor hem dus moeilijk om te adviseren. Het is een moeilijke beslissing en enkele kinderen o.a. Jos en Marius komen ’s avonds om ons bij te staan. We besluiten met Janmaat in zee te gaan. Op 25 augustus 1992 is notarieel de zaak Cortgene 11 overgedragen aan de heer R.H.M. Janmaat te Gorinchem.

Vader begon de zaak 2 januari 1917. In 1954 kwam ik in de zaak. 14 september 1959 nam ik de zaak over van vader en moeder. En in 1992 ging de zaak in ander handen over, einde Juwelier Gort. Vader is overleden 23 april 1964. Hij heeft 47 jaar in de zaak gewerkt. Ik kwam in 1954 in de zaak. Ik heb 38 jaar in de zaak gewerkt. De zaak werd verkocht toen deze 75 jaar bestond.

Gort juwelier verdwijnt wel uit Alblasserdam, maar gaat in Amsterdam verder.

31 december 2016. R. Gort.

GORT Goudsmid juwelier
Herenstraat 11
1015 BX Amsterdam
020-6206240
info@juweliergort.nl